Politiek Beleidsplan

De politieke vereniging Lijst Pim Fortuyn Eindhoven is in 2004 opgericht vanuit de landelijke partij die in 2002 vanuit het niets met 26 zetels in de Tweede Kamer kwam.
Maar ...wat doen en willen  wij in Eindhoven? (Lees verder)

Fractieleden Lijst Pim Fortuyn


Rudy Reker
Fractievoorzitter

 
Reker-Lilian Wiebers
Fractiemedewerkster 

 

 

 

 

 

 


Damian Dassen
Commissielid Lijst Pim Fortuyn.
Bestuurslid JF
(Jonge Fortuynisten)

Jonge Fortuynisten

 
Stef Kleine Staarman
Voorzitter
Jonge Fortuynisten 

 
Timo Hoogerwaard
Secretaris
Jonge Fortuynisten

 

 

Loverboys aan de basisschoolpoort


Het moet niet gekker worden!


 Bij de vergadering van de Eindhovense commissie Jeugd en Gezin, Onderwijs, Sport en Cultuur (JGOSC) van 28 augustus j.l. stond een punt op de agenda over basisschool de Talisman aan het Gerardusplein in het stadsdeel Stratum. Pal naast deze school is sinds december 2006 een ‘beschermde woonvorm’ van de Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven (GGzE) gehuisvest waarin jongeren van 16 tot 21 jaar met ernstige psycho-sociale en/of psychiatrische problematiek, die afkomstig zijn van een klinische afdeling van de GGzE of een woongroep van De Combinatie (jeugdhulpverlening) woonachtig zijn.

Hoewel de school erkent dat er een goede plek moet zijn voor deze beschermde woongroep, zijn zij van mening dat dit niet in een veilige schoolomgeving past en is er derhalve onlangs een onderzoek ingesteld door de wethouder naar deze situatie.

Om die reden waren bij de commissievergadering twee vertegenwoordigers van de school aanwezig als inspreker: het schoolhoofd en een vertegenwoordiger van de ouders. Hun betoog schetste een zeer onwenselijke situatie: pal voor de schoolpoort hangen bewoners van de GGzE-woonvorm in groepjes bij elkaar, terwijl ze blowen en zich op een voor de schoolkinderen intimiderende wijze opstellen, waarbij tevens jongeren uit de buurt zich bij deze overlastgevende hanggroep aansluiten.

De vertegenwoordiger van de ouders werkt in het dagelijks leven zelf met jongeren met sociaal-psychische problemen en legt vanuit die ervaring uit hoe ernstig de problemen zijn van jongeren als zij in een dergelijke instelling geplaatst worden. Zo bevinden zich onder de groep op het Gerardusplein zogenaamde ‘loverboys’ – oftewel jeugdige pooiers. Daarbij gaf hij aan dat dergelijke loverboys zelfs meisjes uit de hoogste klassen van het basisonderwijs inpalmen, waardoor zij een potentieel gevaar vormen voor de schoolkinderen. “Het zou een reden zijn om mijn dochter niet alleen naar school te laten fietsen,” gaf de inspreker aan. Inmiddels gaan de schoolkinderen al weer twee weken – na de schoolvakantie – naar school en sinds de zomer is volgens de insprekers de overlast van de hangjongeren sterk toegenomen. Zij hopen dan ook dat er adequate maatregelen worden genomen in het belang van de veiligheid van de kinderen.

Helaas konden de bezorgde insprekers niet direct op bijval rekenen vanuit de raadscommissie. Zo vuurde commissielid Burema (PvdA) met een ondertoon van ongeloof overdreven kritische vragen op de insprekers af. Met zijn wijze van vraagstelling suggereerde hij dat het wellicht ‘toeval’ was dat de overlastgevende probleemjongeren daar zouden staan en jongeren uit de buurt zouden aantrekken.

Na deze weinig begripvolle ondervraging nam wethouder Mittendorf (CDA) het woord, waarbij zij op verbitterde toon aangaf dat haar opdracht nu ‘mislukt’ was omdat er slechts één kant van het verhaal was gehoord wat enkel was gebaseerd op ‘angst’ en door de aanwezigheid van een journalist in de zaal zou er nu waarschijnlijk een eenzijdig verhaal in de krant komen.

Daarop gaf Burema (PvdA) aan dat de wethouder zich geen zorgen hoefde te maken en hij rustig de resultaten van het onderzoek zou afwachten, daarbij opmerkend hiermee de wethouder een hart onder de riem te willen steken.

Commissielid Van Hattem (Lijst Pim Fortuyn) was het hier echter niet mee eens: hij had er alle begrip voor dat de school en de ouders zich grote zorgen maken om de veiligheid van hun kinderen, zeker nu zij al weer twee weken naar school gaan. Bovendien had de wethouder de GgzE voor de vergadering kunnen uitnodigen om een weerwoord te geven, dat dit niet gebeurd is, is een organisatorische misser. Hierop werd Van Hattem afgekapt door commissievoorzitter Kamphorst (SP) omdat er sprake zou zijn van het geven van een mening, wat niet de bedoeling zou zijn. Van Hattem bracht hier tegen in dat ook Burema in zijn uitlatingen een mening gaf door de coalitiepartner van zijn partij een hart onder de riem te steken.

Natuurlijk moeten we de zaak niet eenzijdig bekijken, maar de zorgen van de ouders en de schoolleiding zijn zonder meer terecht. Zeker na de door een probleemjongere gepleegde gruwelijke moord op een scholier in een klaslokaal in het West-Brabantse Huijbergen is hun angst zeer begrijpelijk. De veiligheid van een schoolomgeving mag nooit ter discussie staan, kinderen hebben het recht om in een veilige en zorgeloze omgeving onderwijs te kunnen volgen. In plaats van een bureaucratisch onderzoek in te stellen, had de wethouder ook al concrete maatregelen kunnen nemen om de veiligheid voor de kinderen te verhogen, bijvoorbeeld door extra politiesurveillance in te stellen op het Gerardusplein of door de GGzE aan te sporen hun bewoners beter in de hand te houden.

Adequaat ingrijpen is deze wethouder vreemd, in plaats daarvan opent ze komende week liever met veel ceremonieel en in aanwezigheid van minister Rouvoet (ChristenUnie) het nieuwe Centrum voor Jeugd en Gezin. Hoewel instellingen als dit centrum en het Veiligheidshuis op zich goede initiatieven zijn blijven het ambtelijke instellingen, de praktische uitvoering laat op zich wachten.

Overigens is het niet onbegrijpelijk dat de wethouder in zo’n machteloze positie terecht komt. Eindhoven heeft immers als vijfde stad van Nederland slechts vier wethouders met een zeer uitgebreid takenpakket. Daarmee heeft Eindhoven net zoveel wethouders als een kleine gemeente als Eersel, terwijl andere grote steden als Rotterdam en Den Haag met gemak acht wethouders kennen. Efficiënt werken is natuurlijk uitstekend, maar niet als het ten koste gaat van de uitvoering. Daarom is het wellicht beter als wethouder Mittendorf zich voortaan primair bezig zou kunnen houden met haar eigen specialisatie - het onderwijs - en er een aparte wethouder wordt benoemd voor veiligheid, net zoals wethouder Van den Anker (Leefbaar Rotterdam) in het vorige Rotterdamse college. Dan kunnen er echt prioriteiten gesteld worden.

Laten we hopen dat er snel maatregelen worden getroffen voor de veiligheid van de basisschoolkinderen, zonder al te veel politieke poespas!

Alexander van Hattem, Raadscommissielid Lijst Pim Fortuyn Eindhoven

Zie ook: http://www.gerarduspleinplus.nl/sources/base/main.php?target=nieuws/apart_archief.inc&id=703                     


30-8-07 Alexander van Hattem