Politiek Beleidsplan

De politieke vereniging Lijst Pim Fortuyn Eindhoven is in 2004 opgericht vanuit de landelijke partij die in 2002 vanuit het niets met 26 zetels in de Tweede Kamer kwam.
Maar ...wat doen en willen  wij in Eindhoven? (Lees verder)

Fractieleden Lijst Pim Fortuyn


Rudy Reker
Fractievoorzitter

 
Reker-Lilian Wiebers
Fractiemedewerkster 

 

 

 

 

 

 


Damian Dassen
Commissielid Lijst Pim Fortuyn.
Bestuurslid JF
(Jonge Fortuynisten)

Jonge Fortuynisten

 
Stef Kleine Staarman
Voorzitter
Jonge Fortuynisten 

 
Timo Hoogerwaard
Secretaris
Jonge Fortuynisten

 

 

College moet aantijging terugnemen



Opinie ED 13 nov. 2013



Auteur: Rudy Reker



Schuld bekennen door Eindhovens college in Orgelplein dossier teveel gevraagd


In vette letters stond het op de voorpagina van het ED van 7 november jl. ‘Geen bewijs fraude kamp’. De projectleider kan niet strafrechtelijk vervolgd worden, is de mening van het Openbaar Ministerie. Dezelfde mening als het OM heeft de Lijst Pim Fortuyn begin dit jaar gevormd, al vrij snel na de geuite beschuldiging.

In januari van dit jaar heeft op een enkele uitzondering na de Eindhovense gemeenteraad klakkeloos de door het college geuite beschuldigingen aan het adres van de ingehuurde projectleider over de woonwagenlocatie aan het Orgelplein als zoete koek aangenomen. Het was ook niet niks waarvan deze man door het college in een bijlage van 13 leesbare pagina’s werd beschuldigd. Ongeveer 350 per e-mail toegestuurde en onleesbare pagina’s met verklaringen en externe onderzoeksrapporten, moesten deze beschuldigingen onderbouwen. Onleesbaar en dus onbegrijpelijk omdat ca. 50 % van deze documenten, of delen daarvan was weggelakt of op een andere wijze onleesbaar was gemaakt. Ook ontbraken meerdere essentiële pagina’s uit dit dossier. Kortom een chaotische boel waar geen betrouwbare conclusies uit getrokken konden worden.

Na meerdere raadsvragen, betogen en veel getouwtrek door de fractievoorzitter van de LPF met het college, heeft het college uiteindelijk ingestemd dat raadsleden onder strikte geheimhouding het complete on-geanonimiseerde Orgelplein dossier mochten inzien. Meerdere keren is ons als raad uitdrukkelijk verzekerd dat alle onderliggende stukken in het dossier daarbij aanwezig waren. Daar moest je dan ook vanuit kunnen gaan, maar helaas is dat (ook hier weer) niet het geval geweest.

Door op deze wijze verslag te leggen en zonder aantekeningen te mogen maken om deze hoeveelheid documentatie tot ons te nemen, was het voor de raad onmogelijk om een helder beeld te vormen. Al vrij snel bleek in de optiek van mijn fractie dat dit ook juist de bedoeling is geweest. Door alle gemaakte fouten en het mismanagement van alle gemeentelijke afdelingen die hiermee van doen hadden op het bordje van de ingehuurde projectleider te leggen, kon het college haar handen in onschuld wassen, en zo te proberen de vele miljoenen euro’s kostende tegenvallers in de casus Orgelplein ten opzichte van Eindhovense burgers te rechtvaardigen.

In februari 2013 heb ik met de voormalige ingehuurde projectleider een lang en zeer interessant gesprek gevoerd dat, zoals ik al had verwacht, een heel ander beeld gaf van de (ongefundeerde) aantijgingen waar het college hem van beschuldigde. De vermeende belangenverstrengeling met het taxatiebureau, wat (mede) aanleiding zou zijn geweest voor zijn ontslag is, als je van zijn verklaring kennis neemt en wetende hoe de gemeentelijke organisatie functioneerde ongefundeerd te noemen.

Tevens bracht hij, de voormalige ingehuurde projectleider, bij zijn op schrift gestelde verklaring een gedetailleerde werkomschrijving mee, waar zwart op wit instaat dat het tot zijn taak behoorde het ‘(laten) opstellen van evt. schaderapportages’. En juist bij het uitvoeren van deze taak, het opstellen van schadetaxaties, is aanleiding geweest  voor de vermoedelijke valsheid in geschrifte waarvan het college de projectleider vervolgens van heeft beschuldigd.

Eind mei heb ik alsnog aan het college verzocht om een taakomschrijving van deze projectleider, die ikzelf overigens al bijna 3 maanden in bezit had. Zonder problemen werd ik binnen enkele weken op mijn wenken bediend. Zelfs méér documenten werden geleverd dan ik had gevraagd en die aan de raad ook niet eerder beschikbaar waren gesteld (!) en inderdaad de taakomschrijving was voor 100% van dezelfde tekstuele inhoud als het exemplaar wat ik al in mijn bezit had.

Mijn vraag waarom deze belangrijke documentatie, die voor een groot deel de beschuldiging van het college aan het adres van de projectleider zou wegvagen, niet eerder aan de raad beschikbaar was gesteld, werd beantwoord dat het college dacht dat deze documenten niet belangrijk genoeg waren. Inderdaad, want deze taakomschrijving toonde aan dat de beschuldigingen van het college voor een zeer groot deel, zo niet alles ongegrond waren.

Anders gezegd, de fouten en de blunders die er zijn gemaakt zijn allemaal en voor 100 % te wijten, voor zover ik heb kunnen nagaan en ook als zodanig in de onderzoeksrapporten staat beschreven, aan de miscommunicatie in de gemeentelijke organisatie. Samen met de overige ontlastende verklaringen van de ingehuurde projectleider, die in de aan de raad verstrekte onleesbare verslaglegging niet zijn meegenomen, zou het college een zware nederlaag hebben geleden. 

Door de gemaakte fouten eensgezind op het bordje van de ingehuurde en reeds ontslagen projectleider te leggen, zou deze met enkele extra miljoenen euro’s uit de hand gelopen verhuizing naar het Orgelplein voor het college met een sisser kunnen aflopen, zal men hebben gedacht. Niet één van de ruim tweeduizend Eindhovense gemeenteambtenaren voelde zich geroepen om deze taak op zich te nemen. De ingehuurde projectleider, die in beginsel maar voor 24 uur per week was aangenomen en deze zware en gecompliceerde taak tot een goed einde diende te brengen, met een gemeentelijke organisatie die als los zand aan elkaar hangt, was vragen om problemen. Dat had het college vooraf kunnen bedenken.

Veel managementfouten en getrokken conclusies zijn terug te vinden in diverse onderzoeksrapporten, waar niet vrij over gesproken mag worden. Toch is het hoopgevend dat wethouder Depla in het ED van 7 november jl. zegt: ‘Met die conclusies zijn wij volop aan de slag gegaan’. Maar het zou de wethouder en het college sieren als zij afstand nemen van de eerder door hen gedane beschuldigingen aan het adres van de ingehuurde projectleider en de hand en wellicht beide handen in eigen boezem steken.

Het OM ziet geen aanleiding hem strafrechtelijk te vervolgen en de voormalige projectleider kan alle aan hem gerichte beschuldiggingen met overtuiging weerleggen en dat is ook de reden dat de LPF de voorkeur gaf voor een raadsenquête, waarbij dan iedereen onder ede kan worden gehoord. Helaas koos de raad op advies van de coalitiepartijen voor een softe raadsverkenning, die in de casus Orgelplein totaal niets voorstelt. De ingehuurde projectleider verdient eerherstel en genoegdoening omdat door deze valse aantijgingen hij zijn elders lopende contracten en inkomen hierdoor is kwijtgeraakt en zijn goede naam is bedoezeld.

Het zal vermoedelijk de frustratie zijn geweest dat wethouder Depla in het ED van 7 november laat optekenen dat hij gaat bekijken of de voormalige medewerker civielrechtelijk aangepakt kan worden. Hierdoor toont niet alleen deze wethouder maar heel het Eindhovens college zich een bijzonder slechte verliezer. Bovendien van een kale kip valt niets te plukken en rechtszaken aanspannen van belastinggeld van Eindhovense burgers is wel het gemakkelijkste wat er is.

Rudy Reker, fractievoorzitter Lijst Pim Fortuyn


24 jan. 2013 Raadsleden wordt relevante informatie bewust onthouden!

1 febr. 2013 Brandende vragen over het drama Orgelplein

8 febr. 2013 Aanvullende vragen Orgelplein

26 febr. 2013 Betoog Rudy Reker

19 mrt. 2013 Hoofdpijndossier Orgelplein

13 nov. 2013 College moet aantijging terugnemen