Politiek Beleidsplan

De politieke vereniging Lijst Pim Fortuyn Eindhoven is in 2004 opgericht vanuit de landelijke partij die in 2002 vanuit het niets met 26 zetels in de Tweede Kamer kwam.
Maar ...wat doen en willen  wij in Eindhoven? (Lees verder)

Fractieleden Lijst Pim Fortuyn

Rudy Reker
Fractievoorzitter

 
Reker-Lilian Wiebers
Fractiemedewerkster 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Damian Dassen
Commissielid Lijst Pim Fortuyn.
Bestuurslid
Jonge Fortuynisten

  


Tom van den Boomen
Commissielid

     Jonge Fortuynisten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Stef Kleine Staarman
Voorzitter
Jonge Fortuynisten 

 

 

 

 

 

 

 

 
Timo Hoogerwaard
Secretaris
Jonge Fortuynisten

 

 

Raadsvragen: Al enige jaren ……

De harde realiteit in Eindhoven


Update: met onjuiste antwoorden college B&W         Deel II


Update: met wederom een antwoord van B&W op deel II


15 december 2009


De eerder gestelde raadsvragen met daarbij het antwoord van het college van B&W van Eindhoven, hebben wij voorzien van ons commentaar.

Het stinkt niet alleen in delen van Strijp. Ook aan de beantwoording van de door mijn fractie op 2 september gestelde raadsvragen zit een luchtje. Naar onze mening zijn de vragen niet conform de waarheid beantwoord. Dit terwijl de burgers in Strijp recht hebben op de volledige waarheid, wat die ook moge zijn. Nu willen wij graag een eerlijk antwoord van het college van B&W.

Hieronder voor alle duidelijkheid nog maar eens door de LPF op 2 september geleverde commentaar, met daaronder de gestelde raadsvragen en de beantwoording daarvan op 6 oktober, met in het cursief blauw het commentaar van onze zijde.


Nee, dit is geen sprookje, maar voor veel inwoners uit een deel van Strijp een nachtmerrie. Met bovenstaande woorden - Al enige jaren ... - begint namelijk de wijk-informatiebrief die begin augustus 2009 bij een aantal bewoners in dit stadsdeel op de deurmat viel. Daarin probeert de Gemeente Eindhoven uit te leggen dat de bewoners rustig kunnen gaan slapen omdat de stankoverlast van de KWS asfaltcentrale op bedrijventerrein De Hurk al geruime tijd de aandacht heeft van onze gemeente. Als je niet beter wist dat deze overlast al meer dan zeven jaar duurt – en je het niet zou kunnen ruiken – zou je zo verder kunnen dromen. Maar ……

Vele burgers in onze stad weten uit eigen ervaring(en) maar al te goed, dat de Gemeente Eindhoven – waarvoor het college van B en W verantwoordelijk is – veel tijd steekt in het zoeken naar onmogelijkheden, inplaats van zoeken naar creatieve oplossingen. Zo ook in dit onderhavig geval.


Het Gemeentebestuur van Eindhoven erkent in deze wijk-informatiebrief dat er sprake is van stankoverlast, maar dat probeert zij weg te poetsen door allerlei onzinnige onmogelijkheden te benoemen. Zelfs het verhogen van de schoorsteen bij de KWS asfaltcentrale is te moeilijk, zo niet geheel onmogelijk om dit in korte tijd te realiseren. Daarover later in dit schrijven meer.


Maar er is veel meer waar de bewoners zich ongerust over maken, namelijk dat de stinkende lucht die zij inademen kankerverwekkend is. Nee, zegt de wijk-informatiebrief:


‘KWS produceert diverse soorten asfalt, waarronder goedgekeurd recyclebaar asfalt met schone bitumen (stof die voorkomt in aardolie en die nodig is voor asfalt). (…) Recyclebaar asfalt is asfalt wat vrijkomt bij het opbreken van een bestaande weg’. (…) De samenstelling van dit recyclebaar asfalt wordt vóór gebruik gekeurd om te voorkomen dat het teer bevat. Want teerhoudende asfaltkorrels (granulaat) zijn in bepaalde concentraties wél schadelijk voor de gezondheid’.


Aldus de informatiebrief.


Uit de woordjes ‘waaronder goedgekeurd asfalt’ moeten we concluderen dat er ook andere en niet goedgekeurde asfalt wordt gerecycled. Bovendien vragen wij ons af wie de hoge afvalberg van recyclebaar asfalt controleert en bepaalt of het gebruikte product niet kankerverwekkend is. Het mag het hier niet zo zijn dat ‘de slager zijn eigen vlees keurt’.


Verder kunnen we lezen dat het gebruik van teerhoudend asfalt granulaat sinds januari 2001 is verboden, waarmee voor onze Gemeente Eindhoven de kous af is. Want, zo lezen wij verder:


‘de KWS asfalt centrale gebruikt alleen goedgekeurd recyclebaar asfalt met schone bitumen, die ervoor zorgen dat de concentraties schadelijke stoffen in de uitstoot ver onder de gezondheidsgrens blijven’.


Prachtig, als het al zo is…… maar de wegen waar dit asfalt vandaan komt zijn van ver vóór 2001, waar miljoenen voertuigen met vergiftigde uitlaatgassen overheen zijn gereden. Ik kan mij ook niet aan de indruk onttrekken dat het gebruikte asfalt in deze periode geen giftige stoffen heeft geabsorbeerd. Bovendien komen bij de productie van asfalt ook andere giftige stoffen vrij zoals: Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen en meer van dat spul. Meerdere van deze grondstoffen zijn bij aanraking van de huid of bij inademing via luchtwegen zeer schadelijk voor de gezondheid. Dit leerde ik vele jaren geleden al op school.


Fenol bijvoorbeeld, wat weer een bestandsdeel is van Benzeen is uiterst giftig bij opname door de mond, bij inhalatie en huidabsorptie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in concentratiekamp Auschwitz duizenden gevangenen vermoord door middel van injecties met Fenol. Bij stankoverlast van de KWS centrale Eindhoven is niet uit te sluiten dat ook dit bestandsdeel Fenol zich in de lucht verspreidt.


Bovendien, kun je van meerdere producten die daar verwerkt worden en aanverwante reukstoffen produceren diverse soorten kanker krijgen, waaronder leukemie. (Bron: Wikipedia)


Mijn fractie vindt het namelijk niet aannemelijk, dat al het recyclebaar asfalt, wat wordt gebruikt in deze asfaltcentrale in De Hurk en wat in hoge bergen daar in voorraad ligt, komt van wegen die na 2001 zijn aangelegd. Nee, geasfalteerde wegen gaan langer mee dan acht jaar en ik denk dat het meeste – zo niet alles – komt van de ‘oude randweg’ en andere wegen in de regio die ver vóór 2001 zijn aangelegd (de randweg bv rond 1965). Aan voorgenoemde gedachtegang en kennisnemende van de bewering in deze wijkinformatiebrief, houdt mijn fractie een wrange smaak aan over. En dan formulier ik het heel voorzichtig.


De GGD geeft in deze informatiebrief verder aan:


‘dat dampen die vrijkomen bij de asfaltcentrale bij lage concentraties al ruikbaar zijn. Afhankelijk van de tijd en blootstellingsconcentratie kan deze hinder (dus stankoverlast) zich uiten in gezondheidsklachten, zoals irritatie van de slijmvliezen van de ogen, neus en keel. Maar ook kan een misselijkmakend gevoel en hoofdpijn optreden’.


Maar de GGD gaat verder. ‘Bitumendampen die vrijkomen, kunnen zelfs longkanker veroorzaken’.


Jawel, papier is geduldig, maar wat nu, als dit verschijnsel zich regelmatig voordoet bij de bewoners in dit gedeelte van Strijp? Daar word je niet vrolijk van. Integendeel, want daar wordt je ziek van, omdat zij regelmatig voor een langere periode worden blootgesteld aan de inademing van deze stoffen. Want zoals u weet waait de wind in deze streek regelmatig – meerdere dagen per week – uit het zuiden of uit de zuidwest hoek. Inderdaad, precies over deze woonwijk, waar ik ben geboren.


Het college mag zich er niet met een ‘Jantje van Leiden’ vanaf maken, door te stellen dat de KWS Asfalt centrale Eindhoven voldoet aan alle wettelijke normen. Dat zal best en daar gaan de bewoners ook van uit. Maar als ik de bewoners in Strijp mag geloven is dit een verouderde vergunning, met andere milieuvoorwaarden dan nu worden afgegeven, waarbij het college zich niet mag verschuilen achter het feit dat de vergunning voor deze zwaar vervuilende centrale door de provincie is afgegeven. Dit, terwijl men weet – in elk geval kan en behoort te weten – dat deze fabriek niet in- of tegen een drukbevolkte woonwijk thuishoort. Ook niet op het grootste industrieterrein in deze regio, De Hurk, wat tussen drukbevolkte woonwijken van Eindhoven en Veldhoven is omgesloten.


Het college en onze ‘burgervader’ dienen voor de gezondheidsaspecten van haar burgers op te komen en te verdedigen. Dat kunnen zij doen door alle inspanningen te verrichten die verplaatsing van deze asfaltcentrale op uiterst korte termijn mogelijk maakt. Bij voorkeur wordt de productie van de asfaltcentrale morgen al stilgelegd, in afwachting van de verhuizing naar een andere locatie. Maar ook mijn fractie begrijpt dat dit niet zomaar kan.


Dus …… als in de tussenliggende periode met technische maatregelen de overlast kan worden verminderd en daarmee de burgers minder tot niets van deze vieze lucht inademen, mag men daarmee geen dag langer wachten. Het is absoluut niet te rijmen met het feit dat ondertussen vanwege het milieu, vrachtverkeer wordt geweerd uit het centrum van onze stad – die zich zo graag sterk wil profileren als ‘klimaatstad’ en vele miljoenen spendeert om de komende tientallen jaren ‘klimaatneutraal’ te worden. De wetenschappelijk niet te bewijzen opwarming van de aarde, gaat dit gemeentebestuur meer aan het hart dan de lucht die de inwoners van Strijp iedere dag moeten inademen.


Elk chinees restaurant en elke cafetaria en frietkot – zoals de Belgen deze noemen – moeten in Nederland voorzien zijn van een reukfilter. Deze moet op gezette tijden worden schoongemaakt en/of vervangen, zodat de buurt waarin deze eetgelegenheid is gevestigd geen (over)last heeft van bak- en braadgeuren. Een ding is zeker, van deze bak- en braadgeuren kun je wel honger krijgen maar geen kanker. Daarmee ben ik gelijk terug bij het begin van deze brief, namelijk het verhogen van de schoorsteen.


Op de éérste pagina heb ik geschreven dat wij in Eindhoven regelmatig veel tijd steken in het zoeken naar onmogelijkheden, inplaats van zoeken naar creatieve oplossingen. Het verhogen van de schoorsteen met 20 meter naar 50 meter – zodat de vervuiling wordt ‘verdund’ in hogere luchtlagen – is hiervan een sprekend voorbeeld.


a. Het argument dat er voor het verhogen van de schoorsteen een bouwvergunning nodig is, mag geen reden zijn om dan maar langer te wachten. Uiteindelijk geven wij als Gemeente Eindhoven deze bouwvergunning zelf af. En mocht het bij de KWS asfalt centrale al de provincie zijn, moeten ook zij maar eens zakelijker handelen. Dat is niet teveel gevraagd, als hierdoor de overlast voor de bewoners in Strijp wordt teruggebracht naar normale proporties en de kans op ziekteverschijnselen worden beëindigd. De afstand in tijd tussen het Provinciehuis in Den Bosch en het Stadhuis in Eindhoven is hoogstens een half uur, dus daar kan het niet aan liggen.


b. Het argument dat de dakconstructie geheel moet worden aangepast, verwijst mijn fractie ook naar het rijk der fabelen. Het gewicht voor het verhogen van de schoorsteen weegt minder dan in de winter 5 cm sneeuw op het dak.


c. Het argument dat het bedrijf volledig stil moet komen te liggen, is ook een kulargument. In de ogen van de Lijst Pim Fortuyn lijkt het meer op onwil, omdat de belanghebbenden die daar eerder afspraken over hebben gemaakt – Gemeente Eindhoven, de Provincie en KWS – in de vakantieperiode daarvoor zelf 3 weken tijd voor hebben gehad en niets daaraan hebben gedaan.


Ondermeer is er in december 2006 een bijeenkomst geweest, waarbij Annemarie Moons (PvdA) als gedeputeerde van Milieu, Natuur, Water en Handhaving in de Provinciale Staten van Noord Brabant, had beloofd om nieuwe metingen te verrichten. Ook is toen het verhogen van de schoorsteen ter sprake gekomen. Jawel, dit was drie jaar geleden en de metingen moeten nu nog plaatsvinden.


Maar nadat ik zojuist de wijk-informatiebrief nog een keer heb doorgelezen, lijkt het er meer op dat de 3 partijen – KWS, Gemeente Eindhoven en de Provincie Noord-Brabant – hopen dat ervan uitstel, afstel komt.


Hierna in het cursief door de Lijst  Pim Fortuyn gestelde vragen met daaronder het antwoord van burgemeester en wethouders van Eindhoven, met in het cursief blauw het commentaar op deze beantwoording van onze zijde.


1. Is het college bekend met de stankoverlast van de KWS Asfalt centrale Eindhoven, waar veel bewoners van Strijp overlast van ondervinden?


(Uit eigen onderzoek en door gesprekken met verschillende wijkbewoners, is mij gebleken dat de stankoverlast – dus ook de inademing van kankerverwekkende stoffen – zich bij een bepaalde windrichting uitstrekt tot aan het Philips Van Lenneppark).


Ja.


2. Heeft het college kennis genomen van wetenschappelijk bewezen feiten, dat overmatig inademen van deze vervuilde lucht, kanker kan veroorzaken?


Wij hebben aan de Bureau Gezondheid, Milieu & Veiligheid GGD’en Brabant/Zeeland (hierna: Bureau GMV) gevraagd om ons te adviseren in deze. Bureau GMV is het kenniscentrum op het gebied van milieugerelateerde gezondheidsvragen. Bureau GMV heeft ons als volgt bericht:


''….Het is waar dat is aangetoond dat de teer die in het verleden in asfalt werd verwerkt en waarvan de vluchtige componenten die in de kenmerkend geurende bitumendamp vrijkwamen in de lucht tijdens asfaltproductie en –verwerkingsprocessen kankerverwekkend is bij inademing. Om die reden mag er tegenwoordig geen teer meer verwerkt worden in asfalt. Er zijn echter nog wel andere stoffen aanwezig in de bitumendamp dat afkomstig is van de asfaltproducerende en –verwerkende industrie, die mogelijk ook een extra risico op kanker geven. Bij mensen in de omgeving van een asfaltfabriek is dat effect nog nooit bewezen in wetenschappelijk onderzoek. Bij een groot internationaal onderzoek (waaraan Nederland ook heeft meegedaan) onder werknemers die in de praktijk dagelijks werken met nog ‘hete’ asfalt, is een zeer klein verhoogd risico waargenomen, welke niet significant was. Vanwege deze wetenschappelijke onzekerheid is bitumendamp door zowel de Nederlandse Gezondheidsraad als door de Amerikaanse instellingen NIOSH en ACGIH aangemerkt als ‘verdacht kankerverwekkend’ voor de mens….”.


3. Hoe kan het college het toelaten van deze vervuiling rijmen, met het streven van de stad op het gebied van ‘klimaat’ en haar profiel van ‘Groenste stad van Nederland’?


De provincie heeft aangegeven dat de uitstoot voldoet aan de landelijk geldende normen. Wij zijn ons ervan bewust dat het verhogen van de schoorsteen slechts tot een verdunning van de uitstoot zal leiden en niet tot een vermindering van de uitstoot. Met de financiële bijdrage aan het verhogen van de schoorsteen heeft de gemeente echter wel,  binnen de beperkte speelruimte,  zoveel mogelijk invulling gegeven aan het streven naar een stad waarin het aangenaam wonen, werken en leven is.


4. Is het college bereidt om alle inspanningen te verrichten – zowel bij de KWS als bij de Provincie – om deze asfaltcentrale zo spoedig mogelijk te doen sluiten en te verhuizen naar een andere locatie, waar zij geen ziektemakende stankoverlast voor burgers veroorzaken?


Zo nee, waarom niet?


Voor wat betreft de door de vraagsteller aangegeven “ziekmakende stankoverlast” hebben wij aan Bureau GMV gevraagd om ons te adviseren in deze. Bureau GMV heeft ons als volgt bericht:


“…De laagmoleculaire vluchtige stoffen in bitumendamp die kunnen vrijkomen uit de (huidige) asfaltproducerende en –verwerkende industrie hebben het kenmerk al bij lage concentraties ruikbaar te zijn. Een sterke onaangename geur op zichzelf kan al gezondheidsklachten veroorzaken, zoals hoofdpijn, misselijkheid en irritatie van de slijmvliezen van de ogen, neus en keel. Sommige van de stoffen die deze geur veroorzaken kunnen ook direct irriterend werken op de slijmvliezen van de ogen, neus en keel. Deze klachten zijn afhankelijk van de mate en tijdsduur van blootstelling en verdwijnen weer wanneer de blootstelling stopt of (sterk) wordt verminderd.


Commentaar Petra: Dit is pertinent NIET waar. De mensen in de wijk zijn vaak dagenlang ziek na blootstelling. De klachten verdwijnen helemaal niet zodra het stopt of sterk wordt verminderd! Waarop is deze conclusie gebaseerd? Waar blijft het in december 2006 door Glenn van Lierop (destijds medewerker GGD Eindhoven) beloofde wijkgezondheids onderzoek? Er worden door de GGD continu uitspraken gedaan waar in Strijp GEEN onderzoek naar is gedaan!


Of er een verhoogd risico bestaat op het krijgen van kanker voor mensen als gevolg van mogelijke blootstelling aan de bitumendamp uit de (huidige) asfaltproducerende en –verwerkende industrie is tot dusverre niet bewezen en wordt dan ook als verwaarloosbaar gezien, op basis van de huidige inzichten….”.


Wij hebben bij de provincie gevraagd of een onderzoek is verricht naar de kosten die gepaard gaan met sluiting of verplaatsing van de KWS Asfaltcentrale. De Provincie heeft ons als volgt bericht:


“…De provincie heeft geen onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheid voor het verplaatsen van het bedrijf. Dat wil zeggen dat er geen onderzoek is verricht naar kosten die hiermee gepaard gaan. Vanuit het milieu oogpunt was dit ook nooit direct noodzakelijk, het bedrijf voldoet immers aan de voorschriften van de milieuvergunning…”.


Commentaar Petra: wederom heeft de provincie en gemeente Eindhoven gelogen tegen zijn inwoners. Er is dus helemaal geen onderzoek gedaan naar het verplaatsen van de fabriek en bijkomende kosten. Ik citeer een gedeelte uit de wijkinfo:


Alternatieven
Er is uitvoerig onderzocht welke maatregelen mogelijk zijn. Daarbij is gebleken dat verplaatsing van het bedrijf in ieder geval geen haalbare kaart is. De kosten zijn voor alle betrokken partijen te hoog. Het enige haalbare alternatief is het verhogen van de schoorsteen.


Het verhogen van de schoorsteen heeft tot doel om het aantal geurklachten sterk te reduceren. Wij vertrouwen erop dat deze maatregel voldoende effect heeft. Pas indien mocht blijken dat deze maatregel niet resulteert in het beoogde effect  zullen wij bezien of verplaatsing kan worden bewerkstelligd.


Belanghebbenden kunnen overigens rechtstreeks bij het bevoegd gezag, in dit geval de provincie, verzoeken tot intrekking van de milieuvergunning. De provincie dient dan te beoordelen of de inrichting ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt en het wijzigen, beperken of aanvullen van de beperkingen of voorschriften aan de vergunning redelijkerwijs geen oplossing biedt.


5. Uit de wijk-informatiebrief blijkt dat het onderzoek naar de gezondheidseffecten is uitgevoerd binnen de branche van afvalverwerkers. Door wie is dit onderzoek verricht en waren deze onderzoekers onafhankelijk van de asfaltverwerkende industrie?


Wij hebben aan Bureau GMV gevraagd om ons te adviseren in deze. Bureau GMV heeft ons als volgt bericht:


“…Het onderzoek waar naar gerefereerd wordt in de wijkinfo is een recent uitgevoerd (2003-2007) internationaal cohortonderzoek, georganiseerd door het internationale kankeronderzoekscentrum IARC (International Agency for Research on Cancer). Het onderzoek heeft plaatsgevonden in Duitsland, Frankrijk, Finland, Noorwegen, Zweden, Denemarken, Israël en Nederland. Het Nederlandse deel van het onderzoek is begeleid en gefinancierd door VBW-Asfalt, de VAA, Benelux Bitume en Arbouw. Het werd uitgevoerd door dr. ir. Mariëtte Hooiveld van het “Institute for Risk Assessment Sciences”. Zij heeft de resultaten van het onderzoek gebruikt voor haar proefschrift dat zij met succes heeft verdedigd bij de Universiteit Utrecht. Het betreffende artikel heet “Cancer risk among asphalt workers with exposure to bitumen fumes – an international retrospective cohort study”. Hoewel er voor de uitvoering van dit onderzoek misschien wel sprake is van financiële ondersteuning vanuit de asfaltbranche, is het geheel volgens de regels van goed wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Dit zie je in de praktijk wel vaker als het aan werknemers gerelateerd onderzoek betreft. ...”.


6. In de exacte uitkomsten van dit onderzoek ook bij het college bekend en is in het onderzoek ook het effect op grotere afstand van de asfaltverwerkers – evenals het effect op langere termijn – meegenomen?


Bij het opstellen van de Wijkinfo hebben wij ons laten adviseren door Bureau GMV zijnde hét kenniscentrum voor milieugerelateerde gezondheidsvragen. Bureau GMV heeft haar advies gebaseerd op het bij het antwoord op vraag 5 aangehaalde rapport.


Ten aanzien van de vraag of er onderzoek is verricht naar een eventueel effect op grotere afstand van asfaltverwerkers hebben wij aan Bureau GMV gevraagd om ons te adviseren. Bureau GMV heeft ons als volgt bericht:


”…Dit onderzoek is gericht geweest op werknemers in de asfaltproducerende en –verwerkende industrie, zowel nationaal als internationaal. Omdat te verwachten is dat deze groep personen de hoogste blootstelling heeft en redelijk homogeen is voor wat betreft samenstelling als ook de kans op blootstelling, zou binnen deze groep personen ook als eerste het eventuele gezondheidsrisico aantoonbaar moeten zijn.


Commentaar Petra: FOUT! Deze werknemers worden blootgesteld aan een eindproduct. Dit bevat andere stoffen dan uitlaatgassen welke vrijkomen bij het produceren van dit product. We vergelijken hier appels met peren!


Er is hierbij niet onderzocht wat de gezondheidsrisico’s van omwonenden zijn. Op basis van extrapolatie en interpretatie van de onderzoeksresultaten concludeert de GGD dat, omdat er (tot op heden) geen duidelijk verhoogd risico op kanker is aangetoond bij werknemers in de asfaltproducerende en –verwerkende industrie, er zeker geen significant verhoogd risico op kanker bij omwonenden van een asfaltfabriek te verwachten is. Mede gezien de dagelijkse activiteiten van omwonenden en de relatief lagere blootstelling in tijd en ruimte, is het eventuele extra risico op kanker voor omwonenden van de KWS Asfalt centrale daarmee verwaarloosbaar klein, naar inzicht en oordeel van de GGD…”.


7. Bent u bereid een contra-expertiseonderzoek uit te laten voeren naar de gezondheidseffecten op de leefomgeving van deze asfaltverwerker?


Wij hebben aan Bureau GMV gevraagd of een dergelijk onderzoek aantoonbare meerwaarde heeft. Tevens is gevraagd of er een inschatting van de kosten en de tijdsduur van zo'n onderzoek kan worden gegeven.


Bureau GMV heeft ons als volgt bericht:


“… De GGD ziet geen enkele meerwaarde in het uitvoeren van een onderzoek naar het mogelijk meer voorkomen van kanker of naar een mogelijk verhoogd risico op het optreden van kanker bij personen in de omgeving van de KWS Asfalt centrale. Ten eerste omdat daartoe op basis van literatuur geen aanleiding is en ten tweede omdat dat in deze kleine groep potentieel blootgestelden niet mogelijk is.


Er zijn wel een aantal mogelijkheden voor aanvullend onderzoek met betrekking tot de overlast van omwonenden van de KWS asfalt centrale te Eindhoven:

 
Onderzoek met behulp van hinderdagboekjes die gedurende een bepaalde periode ingevuld worden door omwonenden. Dit kan meer inzicht geven in hoe en hoe vaak omwonenden (geur)hinder beleven als gevolg van de nabijgelegen asfaltcentrale en welke klachten zij daarbij ervaren. Bij herhaalde meting (bijvoorbeeld enige tijd vóór en na een interventie om de overlast te verminderen) kan ook de ontwikkeling van de hinderbeleving in de tijd gevolgd worden. Hinderdagboekjes geven wel inzicht in hinderbeleving maar niet in de feitelijke en objectieve geurbelasting.


Commentaar Petra: Het stadium van geurdagboekjes bijhouden zijn de bewoners van Strijp al gepasseerd. In het verleden is dit principe al gehanteerd door de milieudienst Eindhoven in een iets andere vorm. Na een telefonische klacht is er direct iemand van de gemeente gaan kijken bij de fabriek om inzicht te krijgen in het bijbehorende productieproces. Indien de GGD geïnteresseerd is in de uitkomsten, kunnen zij hierover contact opnemen met dhr. Cichy van de milieudienst en niet WEER de bewoners hiermee lastig vallen!


Onderzoek met behulp van zogenoemde ‘koolstof-badges’ kan worden ingezet om de blootstelling aan bepaalde stoffen in de tijd te meten. Badges worden gedurende een bepaalde periode (bijvoorbeeld twee weken) in de woonomgeving opgehangen (passieve meting) en worden daarna geanalyseerd om de gemiddelde blootstelling aan een bepaalde stof over die periode te bepalen. Op deze manier kan bijvoorbeeld de blootstelling aan mogelijk kankerverwekkende stoffen uit bitumendamp (zoals benzeen en naftaleen) worden gemeten. Bureau GMV verwacht hierbij echter dusdanig lage concentraties te zullen aantreffen dat de daarop gebaseerde risicoschatting op kanker ‘verwaarloosbaar’ zal zijn. Desondanks kan deze meting overwogen worden om de door sommige burgers veronderstelde hoge risico’s voor de lange termijn te kunnen uitsluiten. Opgemerkt wordt dat met deze techniek geen pieken in geurbelasting of blootstelling waargenomen kunnen worden.


Op verzoek van de gemeente kan Bureau GMV het dagboekjesonderzoek uitvoeren of bij het onderzoek met badges assisteren door het geven van een gezondheidskundige beoordeling van de meetresultaten. De kosten die hiermee gepaard gaan zijn op dit moment moeilijk aan te geven, maar voor het uitvoeren van zo’n dagboekjesonderzoek moet men toch al wel snel denken aan een tijdsbelasting van 3 maanden, wat neer zal komen op een kostenpost van € 20.000,-- ….”.


Op basis van deze reactie concluderen wij dat een onderzoek slechts een bevestiging zal opleveren van de risicoschatting van Bureau GMV. De meerwaarde van een onderzoek is beperkt en weegt niet op tegen de te maken kosten.


8. Deelt u de mening van onze fractie dat het verhogen van de schoorsteen als maatregel in overeenstemming met het ALARA-principe (gangbare maatregelen tegen acceptabele kosten) noodzakelijk is om – in lijn met het landelijke geurhinderbeleid – als overheid te voldoen aan de actualisatieplicht ten aanzien van de milieuvergunning, zoals bepaald in 8.22 Wet Milieubeheer?


Zo nee, waarom niet?


De Provincie heeft aangegeven dat zij van mening is dat de relevante regelgeving, zijnde de Nederlandse emissie Richtlijn (de “NeR”), weinig grondslag biedt om de milieuvergunning ambtshalve aan te passen.


Commentaar Petra: Ik citeer een gedeelte uit de milieuvergunning 2.2.5:


Uitmondingen in de buitenlucht


Uitmondingen in de buitenlucht van afvoeren van ventilatiesystemen, luchtbehandelingsinstallaties, rookgassystemen of afzuigsystemen moeten zodanig zijn gesitueerd dat van de uittredende lucht en daarin aanwezige stoffen geen hinder wordt ondervonden buiten de inrichting.


Ondertussen worden er dus WEL uitlaatgassen de lucht ingeblazen! Mag daar dan WEL hinder van worden ondervonden? Volgens mij is deze fabriek wel degelijk aan te pakken op basis van de huidige vergunning en de regels van de NER wat overigens slechts (Nederlandse Emissie) RICHTLIJNEN zijn. Een vergunning verleend op basis van richtlijnen??? Vreemd.


De Provincie heeft daarbij aangegeven dat het ambtshalve wijzigen van de milieuvergunning daarom, tot gevolg zou kunnen hebben dat de provincie een gang naar de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Raad van State) zou hebben moeten maken. Indien de ambtshalve wijziging geen stand zou houden bij de Raad van State, zou elke poging van de provincie om daarna nog additionele maatregelen van KWS te eisen onmogelijk zijn. Deze procedure zou dus een onzekere uitkomst hebben. Daarom heeft de provincie aangegeven dat het stimuleren van een vrijwillige verhoging van de schoorsteen een grotere kans van slagen zou hebben.


Commentaar Petra: Mag ik hieruit concluderen dat de schoorsteen omhoog gaat en bij de eerste de beste klacht alsnog de gang naar de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State per direct gemaakt wordt?


Wij hebben met de Provincie uitvoerig van gedachte gewisseld over het feit dat -hoewel wordt geconstateerd dat een groot aantal geurklachten terecht zijn en hoewel het verhogen van de schoorsteen een doeltreffende geurreducerende maatregel is en hoewel in de wet wordt aangegeven dat de best beschikbare technieken moeten worden toegepast het - toch niet zonder meer vast staat dat deze geurreducerende maatregel eenvoudig zou kunnen worden afgedwongen.


Wij hebben vervolgens een afweging gemaakt en geconcludeerd dat uitsluitend een gemeentelijke bijdrage 100% garantie kon bieden dat de geurreducerende maatregel daadwerkelijk zou worden doorgevoerd. Daarmee is dus juist gekozen voor de bewoners en is er niet voor gekozen om de principiële discussie met betrokken partijen aan te gaan. De kans dat de gemeente in het laatste geval in het ongelijk gesteld zou worden was te groot.


9. Is het college bereid om voor de (korte) duur dat deze centrale nog in werking is een vergunning af te geven om de schoorsteen te laten verhogen tot 50 meter?


Zo nee, waarom niet?


De bouwvergunning is inmiddels verleend.


10. Extra vraag: is het college in staat om een juist antwoord te geven op ons commentaar wat cursief in het blauw gedrukt tussen de beantwoording staat?


Rudy Reker, fractievoorzitter Lijst Pim Fortuyn Eindhoven


Eindhoven, 16 oktober 2009

Antwoord van burgemeester en wethouders op vervolgvragen van 16 oktober

10. Extra vraag: is het college in staat om een juist antwoord te geven op ons commentaar wat cursief in het blauw gedrukt tussen de beantwoording staat?

 
Ja. Het commentaar van de LPF is hieronder telkens cursief (in blauw) opgenomen. Wij beantwoorden deze vragen onderstaand.


Met betrekking tot het antwoord op vraag 4 (I)

Commentaar Petra: dit is pertinent NIET waar. De mensen in de wijk zijn vaak dagenlang ziek na blootstelling. De klachten verdwijnen helemaal niet zodra het stopt of sterk wordt verminderd! Waarop is deze conclusie gebaseerd? Waar blijft het in december 2006 door Glenn van Lierop (destijds medewerker GGD Eindhoven) beloofde wijkgezondheids onderzoek? Er worden door de GGD continu uitspraken gedaan waar in Strijp GEEN onderzoek naar is gedaan!


Antwoord
GMV geeft in haar reactie een algemeen geldend antwoord. Dat zou in dit geval anders kunnen zijn. Dit kan uit ontvangen klachten en meldingen echter niet worden opgemaakt of geconcludeerd. De door de GGD in 2006 gedane toezegging kan door ons niet worden bevestigd of ontkend. Feit is dat dit door GGD niet in uitvoering is genomen/gebracht.


Met betrekking tot het antwoord op vraag 4 (II)

Commentaar Petra: wederom heeft de provincie en gemeente Eindhoven gelogen tegen zijn inwoners. Er is dus helemaal geen onderzoek gedaan naar het verplaatsen van de fabriek en bijkomende kosten. Ik citeer een gedeelte uit de wijkinfo:

Alternatieven

Er is uitvoerig onderzocht welke maatregelen mogelijk zijn. Daarbij is gebleken dat verplaatsing van het bedrijf in ieder geval geen haalbare kaart is. De kosten zijn voor alle betrokken partijen te hoog. Het enige haalbare alternatief is het verhogen van de schoorsteen.


Antwoord
Het gegeven antwoord is helaas onduidelijk. Bedoeld is te zeggen dat in onderlinge afstemming tussen gemeente en provincie verkend is welk type oplossingen mogelijk en haalbaar zouden kunnen zijn. Daarbij is gebleken dat het verhogen van de rookgasafvoer qua haalbaarheid en snelle uitvoerbaarheid veel gunstiger scoort dan (bestuursrechtelijk afgedwongen) verplaatsing van het bedrijf. Belangrijk argument voor de gemaakte keuze is bovendien dat KWS medewerking wil verlenen aan de eerste maatregel, en de tweede zal aanvechten.


Met betrekking tot het antwoord op vraag 6

Commentaar Petra: FOUT! Deze werknemers worden blootgesteld aan een eindproduct. Dit bevat andere stoffen dan uitlaatgassen welke vrijkomen bij het produceren van dit product. We vergelijken hier appels met peren!


Antwoord

KWS is geen geheel gesloten productieproces. Op diverse plekken komen rookgassen en/of dampen vrij. Bijvoorbeeld bij het vullen van transportvoertuigen met gereed product. Op dergelijke plekken kunnen  medewerkers in nauw contact komen met vrijkomende dampen. Deze dampen bevatten soortgelijke stoffen als de rookgassen van het productieproces. De concentratie van die stoffen in de onverdunde rookgassen is hoger. De rookgassen worden ten gevolge van de hoge temperaturen en het kleine oppervlak van de schoorsteen met hoge snelheid in de lucht gestuwd. Voordat deze stoffen op maaiveldniveau neerdalen zijn ze, zelfs bij ongunstige weersomstandigheden, enorm verdund.


Gezondheidseffecten worden bepaald door een combinatie van aard van de stoffen, de concentratie waaraan mensen worden blootgesteld en de duur van blootstelling. I.c. is ons inziens, op basis van de door GMV gegeven uitleg en reactie, onvoldoende onderbouwd dat de activiteiten van KWS op maaiveld of ten aanzien van de geëmiteerde rookgassen leidt tot mogelijke blijvende gezondheidseffecten in de omgeving van het bedrijf.

Met betrekking tot het antwoord op vraag 7

Commentaar Petra: het stadium van geurdagboekjes bijhouden zijn de bewoners van Strijp al gepasseerd. In het verleden is dit principe al gehanteerd door de Milieudienst Eindhoven in een iets andere vorm. Na een telefonische klacht is er direct iemand van de gemeente gaan kijken bij de fabriek om inzicht te krijgen in het bijbehorende productieproces. Indien de GGD geïnteresseerd is in de uitkomsten, kunnen zij hierover contact opnemen met de heer Cichy van de Milieudienst en niet WEER de bewoners hiermee lastig vallen!


Antwoord

Door de buurt ervaren hinder en geuite klachten zijn voor ons reden geweest in aanvulling op wettelijk gestelde eisen een in onze ogen effectieve maatregel te treffen, het verhogen van de rookgasafvoer met 20 meter (van 30 naar 50 meter). Deze maatregel zal op korte termijn worden doorgevoerd (eerste kwartaal 2010). Het effect ervan op de hinderbeleving  in de omgeving willen we graag in kaart brengen. Daarover zullen we snel nadere afspraken maken met de buurt en de GGD/GMV; een bijgehouden hinderdagboek zien wij in elk geval als een belangrijke informatiebron (instrument).


Met betrekking tot het antwoord op vraag 8 (I)

Commentaar Petra: ik citeer een gedeelte uit de milieuvergunning 2.2.5:

Uitmondingen in de buitenlucht

Uitmondingen in de buitenlucht van afvoeren van ventilatiesystemen, luchtbehandelingsinstallaties, rookgassystemen of afzuigsystemen moeten zodanig zijn gesitueerd dat van de uittredende lucht en daarin aanwezige stoffen geen hinder wordt ondervonden buiten de inrichting.


Ondertussen worden er dus WEL uitlaatgassen de lucht ingeblazen! Mag daar dan WEL hinder van worden ondervonden? Volgens mij is deze fabriek wel degelijk aan te pakken op basis van de huidige vergunning en de regels van de NER wat overigens slechts (Nederlandse Emissie) RICHTLIJNEN zijn. Een vergunning verleend op basis van richtlijnen??? Vreemd.


Antwoord

De vigerende Wet milieubeheer vergunning voor KWS dateert van 23 oktober 2001. Het opgenomen voorschrift is een zogenaamd kapstokartikel, waar op kan worden teruggevallen als andere opgenomen voorschriften ontoereikend zijn/blijken. In het geval van KWS is uitwerking gegeven aan de Best Bestaande Technieken. Deze zijn via de Regeling aanwijzing BBT documenten opgenomen in NeR. De overheid maakt op allerlei terreinen en thema’s veelvuldig gebruik van circulaires om normen te kunnen stellen. Dat gebeurt om snel in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen (wetgeving is te star). Een maatregel uit een circulaire krijgt de status van een te hanteren norm in een vastgestelde en onherroepelijk geworden vergunning. In onderhavige situatie is via de gestelde en gerealiseerde BBT eisen voldaan aan de actuele inzichten en eisen. Het kapstokartikel kan daaraan niets toevoegen. Wij constateren dat de vergunning en de werkelijke situatie bij het bedrijf voldoen aan de eisen van deze tijd.


Met betrekking tot het antwoord op vraag 8 (II)

Commentaar Petra: mag ik hieruit concluderen dat de schoorsteen omhoog gaat en bij de eerste de beste klacht alsnog de gang naar de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State per direct gemaakt wordt?


Antwoord

De schoorsteen wordt inderdaad op korte termijn verhoogd. De effecten op de beleving van hinder willen wij monitoren en met de buurt en de GGD/GMV in kaart brengen. Daarover zullen we snel nadere afspraken maken. Indien onverhoopt mocht blijken dat het verhogen van de schoorsteen onvoldoende effect heeft ontstaat een nieuwe situatie. Daarvan zullen we dan bezien wat nodig en haalbaar is.


Eindhoven, 15 december 2009.